Start: GBS Springveer Alsemberg
1. Metamorfose - Jessy Lequeue
Ik verander elke dag in mijn leven
afhankelijk van wat ze rond mij geven.
Die verandering moet er zijn
doorheen alle geluk, maar ook door de pijn.
Elke dag is een nieuw begin,
dat ik mag delen met mijn gezin.
2. De vier seizoenen van het kastanjebos - Kris Danckaert
(onder de Beerselaars gekend als het bosje aan het kasteel van de barones)
In de winter is het bos modderig en nat.
Soms is het ijzig, wit en glad.
In de lente siddert het er vol nieuw leven en geluid.
De koeien in de naastgelegen weide grazen er hun buit.
In de zomer vult het bos zich vol netels en insecten.
De bomen spreken dan met de stem van spechten.
In de herfst smaken de gevallen kastanjes eerst bitter dan zoet.
Het bos kleedt zich nu in een prachtige bronzen gloed.
Als een balsem op de ziel ontmoeten we het bos iedere dag.
Het tovert op ons gelaat telkens weer een gelukzalige glimlach.
3. Metamorfose - Fé en Senn, L6A Sint-Victor Alsemberg
Maanlicht wordt zonlicht.
Eerst donker dan licht.
Typisch de natuur.
Allemaal logisch.
Maar ’s nachts slaap je.
Overdag ben je wakker.
Regen wordt ijs en ijs wordt water.
Feesten overdag, slapen tijdens de nacht.
Ochtend, middag, avond en nacht.
Steeds opnieuw.
En dat tot in de eeuwigheid.
4. Mohamed, L6 De Springveer
Ik kon niet lopen.
Ik kon niet eten.
Nu kan ik lopen.
Nu kan ik eten.
Nu ben ik blij.
5. Ik, de wolf - Clovis, L5 De Boomhut
ik ben een mens
en een wolf
geen weerwolf
ik verwissel
van mens naar wolf
als ik dat doe
duurt het een jaar
eerst de vacht
dan de tanden
de rest volgt vanzelf
awoehoewoe
6. Anne Tierens
Het eitje en een kiemend zaadje.
Een foetus groeit,
Een babietje broos.
Sluipt en kruipt,
Het kleuterke stapt,
het kindje springt,
de tiener danst.
De jongen loopt en
het meisje vliegt.
Tegen elkaar, tesamen met hun vleugels.
De man klimt ,
de vrouw praat.
Samen de dame en de heer.
De oma en opa weten het niet meer.
Ze voelen het.
Alles.
7. Dikra, L1 De Springveer
De zon schijnt en er komt een wolk voor de zon.
Ze gooit druppeltjes naar beneden. De zon komt door de wolk.
Ik zie een regenboog met een bloem er op.
Hij leest in een boek van een prinses zonder vloek.
8. Louka, L1 De Springveer
Het paard is zwart, vol met modder.
Met de regen wordt hij schoon, terug helemaal geel.
9. Metamorfose - Emma en Margo, L6 Sint-Victor Alsemberg
Dag wordt nacht.
Een rups wordt een vlinder.
Zo veel veranderingen.
Dat kan ook bij ons zo zijn.
Samen leven is wel fijn.
Iedereen, ja groot en klein.
10. 3 x haiku - Sylvain Peeters
de magnolia -
weer een gewone struik
na de bloei
mensen van overal
de wereld in een notendop –
Brussel-Zuid
het nestkastje
was twee jaar lang onbewoond
nu piept er de lente
11. Léopold en Louis, L6 Sint-Victor Alsemberg
Alleen in de nacht bracht hij mij naar het licht.
Van kwaad naar goed.
In het donker van de nacht bracht jij mij naar de dag.
Vroeger was ik een monster maar door jou werd ik weer een mens.
Ik deed kwaad maar jij niet.
Jij bracht mij op het rechte pad.
Dankzij jou ben ik goed.
Dat is hoe het moet.
12. Wonderbaar - Lieve Van Cutsem
De eieren liggen op een blad aan de Zenne.
Uit het ei komt de rups.
Zij kruipt en schuift op het blad
Dan wordt het stil en kil.
Een cocon, een pop van draad en zijde.
Er komen nieuwe tijden.
Het oude sterft, de pop barst open en
de prachtige vlinder kruipt uit de pop
Op weg naar vrijheid!
13. Geluk - Andreas, L6 De Springveer
Geluk betekent niet moeten maar mogen.
Geluk betekent vrijheid.
Geluk is een fijn geschenk.
Geluk, een warm hart.
Geluk betekent blij zijn, stralen, moed hebben.
Geluk betekent van alles en nog wat.
Soms kan geluk veranderen.
Soms zie je het in een baby die naar je lacht
of in een rapport met allemaal cijfers boven de acht.
14. Schattig, maar vreselijk dier - Capucine, De Boomhut
Ik ben een heel schattig hondje
dat speelt met iedereen
maar tijdens de nacht word ik een vreselijk
dier en eet allerlei mensen.
Waf waf waf.
15. Ethan, L6 De Springveer
Ik was groot.
Toen werd ik groter.
Nu ben ik groter dan mijn moeder.
Dat was wel snel gegaan!
16. Fleur, L1 De Springveer
De roos is rood.
Ze staat in de zon, het rood smelt en loopt op de tent.
De tent is rood.
Het rood loopt op het gras, de roos is roos.
Het gras is rood.
17. Maxence, L5 De Boomhut
heel klein zaadje
later een boom
met blad, tak en stam
water, liefde en zon
nu nog naar beneden
wortels heel klein
18. Kevin De Man
In de kilte van de nacht,
ontwaakt een nieuwe kracht,
een sprong uit de schaduw,
naar het warme ochtendlicht dat immer wacht.
Het oude scheurt, maar vormt zich weer,
een wezen dat zich niet meer herkent,
minder van iets wordt plots meer,
een vonk die nooit compleet is gekend.
Elke breuk, elke lach, elk gefluister
vormt jouw gedaante bij elke zucht
De metamorfose breekt tot slot duister,
en opent vleugels voor een nieuwe vlucht.
19. Boom, - Alice en Billi, De Boomhut
Pit, pit, pit,
ik ben een pit
dus later word ik een grote boom.
Mooie grote boom!
20. Klasgedicht L1B Sint-Victor Alsemberg
In onze klas gebeurt er elke dag een beetje magie
Alsof er overal zachte toversprankels hangen.
Ik zag een zaad en *poef*! Ik verander in een bloem.
Ik was sneeuw en *hocus pocus*! Ik word een sneeuwman.
Ik was een appel en *pling*! Ik groei uit tot een boom.
Ik was hout en *abra kadabra*! Ik verander in een boomhut.
Ik was een baksteen en *tsing*! Ik word een huis.
En terwijl alles wiebelt, glittert en verandert,
Voelen wij de magie gewoon in de lucht.
Ik was een kruimel en *tadaa*! Ik word een koek.
Ik was een vlam en *flikker flakker*! Ik word een kampvuur.
Ik was een pit en *simsalabim*! Ik groei uit tot een boom.
Ik was een wijzer en *tik tak over*! Ik word een klok.
Ik was een blad en *swish*! Ik word een boom.
Iedereen in onze klas heeft een beetje toverkracht.
Ik was een letter en *zoeff*! Ik verander in een boek.
En zo toveren wij samen verder,
Want in onze klas kan elk klein ding een wonder worden.
21. Uwenberg - Emiel De Gelas
Morfose
Gedaanteverwisseling
Een jong insect wordt
Een volwassen dier
In Beersel, hier
Metamorfose
Meta als in Zuckerberg
Geef mij maar Beersel
En de Uwenberg
22. Tijd - Tom Bravo, L6A Sint-Victor Alsemberg
Het is dag,
ik zie echt veel licht.
Zie je die lach?
Die lach op mensen hun gezicht
Straks is het nacht!
Dan doe ik mijn ogen dicht.
Nu heeft de lantaarn de macht.
Nu zien de dromen licht.
De kinderen doen aan dromenjacht
tot de zon de hemel verlicht
23. Lucie, L6B Sint-Victor Alsemberg
Mijn ouders waren heel verschillend.
Ik heb het meegemaakt de dood en de ruzies.
Je weet nooit wanneer er iets gebeurd.
Niemand weet hoe, maar mijn papa werd ziek.
Oud was ik niet, ik geloofde nog in spiekpiet.
Uit het niets kwam zijn dood, maar mama kwam er aan.
Dus weet je wie ik ben?
Een vrolijk meisje, het vrolijkste dat er bestaat.
Ring ring, hoorde ik in mij.
Super is mijn leven wel!
24. Overgang - Gunther Debusscher
De dood heeft me vannacht ten huwelijk gevraagd
Een aanzoek om in het hiernamaals de liefde te fêteren
Lijkbleek geschrokken lig ik in mijn veel te grote huid
Een vlasbloempje voor heel even, een dag lang
Ontloken op een kale akker
Mijn gesplinterd lijf onder de wade
waarin ik ook mezelf heb gebaard
Een meisje, in een koortsdroom,
met gerimpelde herinneringen gehecht
aan al haar moeders
Nu met een muntstuk in mijn koude mond
weerloos overgeleverd aan de overkant
Hier is geen vergeten meer
geen bewust worden
of verlangen
25. Klasgedicht L1C Sint-Victor Alsemberg
neem een zaadje, oooh zo klein,
met een straaltje water en een vleugje warmte bij
hier staat een boom aan mijn zij
nu zie ik een ei,
mama broedt mij
nu ben ik een kuiken uit mijn ei
rupsje eet zo graag zijn buikje rond
een lekkere sla is zo gezond
hokus pokus, hier fladdert een prachtige vlinder
zie hem ginder
en tot slot een groene kikker
roeren maar en wat zoentjes bij
plots staat er een prins naast mij
en zo borrelde in onze ketel
een wonderlijk geheim:
wie durft te dromen en te groeien,
kan worden wie hij wil zijn
26. Maïssa, L1 De Springveer
Vissen blubberen, ze maken kleine bubbels
in het water, elke dag
27. Ada, L1 De Springveer
Een nieuw hoofdstuk is aangebroken. Kun je het zien?
Het was verstopt. Je bent gefopt.
28. Het wachten van de vlinder - Tina Daneel
mijn gedachten willen vliegen
maar meester Lente is er net weggevlucht
de winterwind kondigt zich aan
de winter teistert mijn bestaan
Dit seizoen staat voor de dood
maar iets vanbinnen fluistert in mijn oor
dit is niet het einde, bijt nog even door
mijn gedachten komen en gaan
Maar één sterke gedachte blijft staan
de lente komt eraan
dan zal de zon stralen als een belofte en een glimlach
die zich vastzet in mijn hart
29. Momentje - Rowen, L5 De Springveer
Kijk naar buiten en zoek een plek om te genieten
waar de vogels fluiten. Dit is een plek met rust,
vrijheid en blijdschap. Stel goeie vragen
om daar te blijven en te genieten
van dit momentje rust.
30. Rups tot vlinder - Alec De Boomhut
Eerst een ei,
Larve blij.
Rupsje eet, eet, eet
blaadjes
bij de vleet.
Metamorfose in een cocon
Vlinder fladdert voor de zon.
31. Klasgedicht L1A Sint-Victor Alsemberg
In onze klas zijn kleuren heel blij,
ze springen rond en dansen met mij.
Ze veranderen snel, het is een groot feest,
want elke kleur wordt iets anders
zoals je hier nu leest.
Geel is de baas,
eet jij ook lekkere kaas?
Raka raka raka, bruin wordt een kaka.
Groen, groen groeit, gras, gras bloeit.
Zwarte vlek vliegt door de lucht,
de bal valt met een zucht.
Rood wordt een hartje klein,
het klopt voor mij, dat is fijn.
De paarse bloem groeit als een boem.
Oranje is fijn, het wordt een lekkere mandarijn.
Roze op mijn poepje,
het wordt een lekker snoepje.
Blauwe stip zwemt in de zee,
ga je met ons mee?
Nu liggen de kleuren moe maar blij,
32. Gaston, L1 De Springveer
De bol klei gaan we rollen tot een
slang, een lange slang.
33. De eeuweling - Roosmarijn Mortelmans
gebroken door vermolmde voeten
waaiert hij zijn armen wijd
de tijd is rijp
het gieren van de wind
splijt zijn stam
wortels van verleden
klampen zich vast aan vergane grond
waar mosheuvels rimpels verval bedekken
gehavende takken drijven
tussen zilvergrijze wolken
laten hun laatste bloedende vruchten los
in de hoop op een gevulde celkern
de pit van nieuw leven
of wordt het appelmoes?
34. Zon en duister - Lara, De Boomhut
De zon staat op.
Zo mooi met al die vogeltjes.
De dag gaat keisnel.
Het is zeker leuk!
Maar dan!
Het vreselijkste moment…
De nacht…
Daar zijn veel monsters.
Denk ik.
Want ik word nooit aangevallen?
Misschien zijn het lieve monsters?
Of zijn er geen?
Kan ook!
Mijn ouders zeggen dat ze niet bestaan.
35. Onvoltooide lente - Luc Deceuninck
Hij liep naar de maan -
dag ma dag klas
weg van
school
in rauwe kracht
rillende tederheid
lente die zich loswrong
tussen kind en man
uit kierende ogen
waar toekomst uit drupte
druppels werden stroom
barstten open tot stem
herschreven zichzelf in
stilte
die bulderend zweeg
36. Louisa & Louise, L6 De Springveer
Eerst was ik boos omdat mijn kip een ei had.
Dan werd het groter en groter en dan werd ik blij
omdat mijn kip een ei had gelegd.
Er waren twee eitjes en de twee eitjes werden supergroot.
Ze werden twee kuikentjes.
Twee dagen later was ik terug boos
omdat mijn kip mijn doos had gepikt.
Wat een avontuur met deze mooie natuur.
37. Van ei tot pannenkoek - Manon en Pipa, De Boomhut
Melk, bloem, eieren,
ik doe ze allemaal in de kom.
Ze smelten in de pan.
Er is een boterrandje op de pannenkoek.
Als ik ze maak, gooi ik ze tegen het plafond.
Het speeksel druipt al uit mijn mond
van de geur. Bij het ontbijt is het feest!
Lekker smullen van de stapel pannenkoeken.
38. Start ... eindpunt - Grietje Vande Walle
Hier sta ik dan…
Helder licht, een roze wolk.
Een nieuwe stap, een nieuwe start.
Alleen, maar toch niet eenzaam.
Alles wat ik nodig heb, ’n gele zonnestraal.
Blauw, alles kabbelt rustig voort.
Niet hoog, niet laag – balans.
Zwart! Waarom ineens weer?
Vast, gebonden. De bodem kwijt.
Grijs, geen vreugde meer, angst.
Opnieuw wordt alles ontnomen.
Een stem weerklinkt:
“Sta steeds weer op en ga verder.”
Helder licht, zachtgroen.
Ik zie de bomen op me afkomen.
Eindpunt.
Hopend op een nieuw begin…
39. Met smaak - Erika De Stercke
hoe je praat
tegen een muur van staren
ben je op reis, papa
de tijd haalt het uurwerk in
dagen kleuren grauwer
vanuit een metalen bed
flitsen tussen de stiltes
van hoe het was
met vrouw en kinderen
het leven schuift door
een voetbad en wasbeurt
lijken zo vertrouwd
het stukje taart wacht
40. Zwemmen - Alioth, L4 De Boomhut
Heen en weer elke dag
opnieuw sneller en sneller
keer op keer. Ik spring erin
en word een dolfijn.
Ik wil de snelste zijn.
Zwemmen is fijn.
Als ik zwem,
denk ik dat ik vlieg
zoals een vogel.
41. Op zijn tijd - Erik Chabert
Een kind groeit niet in lijnen,
wel in sprongen van ver naar dicht,
vallen en opnieuw opstaan,
van vragen naar jou gericht.
Elke dag een kleine verandering,
als een rups, ‘t leren tegemoet,
dat bij wachten, dromen, proberen
heel en stilletjes vleugels voedt.
Wijsheid woont niet in weten,
in durven zijn wie je bent:
een kind dat al spelend leert
hoe de wereld zichzelf herkent.
En ooit, bijna ongemerkt,
spreidt het zijn kleuren wijd —
niet omdat het moest veranderen,
wel omdat het eraan toe was: tijd.
42. De rups - Elikya en Louise, De Boomhut
Er kroop een rups tussen de bladeren.
Hier en daar een hap.
Njam njam.
Lekker gezellig in mijn cocon.
Cocoonen, groeien, veranderen.
Als een prachtige vlinder vlieg ik er vandoor.
Flap flap flap.
43. Zij-zoent - Ann De Wilde
Een donzig deken van wintervlokjes
Smelt zachtjes langs haar kille huid
Tot plots tussen haar tenen
Groene lenteliefjes groeien
Dan zoent de eerste zomerzon
Haar ronde boezem warm
Tot geel en gouden regen
Haar dompelt in een bladerbad
Als dan de eerste winterprik
Voorzichtig aan haar neusje likt
Dan is het jaar alweer voorbij
Voor haar
Voor jou
Voor mij
44. Het zaadje tot het bloemetje - Sam en Charline, De Boomhut
Ik zet het zaadje hier,
nee daar!
Of nee, toch daar
ja hier, perfect!
Ik geef je water
morgen opnieuw
slapen, dromen over bloemen.
Ben je al gegroeid?
Een roos? Een madeliefje?
Nee, een tulp!
Geduld, ik kom eraan.
Nu ben jij van mij!
Waf waf,
o dat is mijn hond Muffin.
Waarom heb jij aan mijn tulp geknabbeld?
Ze was net gegroeid!
45. De transformatie van een vlinder - Zarife Bayar
Een rups ontwaakt in de ochtend,
en begint in stilte aan zijn eigen reis.
Er is een verborgen hoop in hem,
niemand ziet het, maar hij blijft geloven.
Hij spint een donkere cocon om zich heen,
en wacht geduldig op de transformatie.
De tijd streelt zijn zachte vleugels,
het licht valt op zijn herboren kleur.
Dan opent een vlinder zijn ogen,
de wind draagt ??zijn stem naar de vrijheid.
Het is een klein lichaam, een grote transformatie,
dit is het bewijs van hoe een leven mooi kan worden.
Elke vleugelslag zegt tegen de mensheid:
“Verandering kan soms angst inboezemen, maar
uiteindelijk leidt het pad altijd naar het licht.”
46. Anders - Asia, L5 De Boomhut
het licht gaat aan
ik lig in bed
de regen tikt
van beneden naar boven
ik zie ze
die lichtjes
diep
in mijn ogen
mijn knuffels dansen
mijn hoofd draait
mijn ogen open
ik kom weer tot mezelf
47. Hoopvol - Cursisten Taalplezier Nederlandse les Lot
Hier zit ik dan in het donker.
Ik zit en wacht op een wonder.
De aarde slaapt. Het is stil.
Plots beweegt er iets en ik gil.
De wereld draait door.
Ik hoor roepen,schreeuwen,paniek en verdriet.
Is dit een droom of begrijp ik het niet?
Tussen donker en licht breek ik uit mijn cocon.
Mijn vleugels ritselen en kleuren in de zon.
Ik vlieg, alles ademt.
Er wordt iets nieuws geboren.
Als geweld en oorlog de planeet verlaten is alles nog niet verloren.
Ik hoor gefluister over vrede en hoop.
Misschien een nieuw begin, een nieuwe kans?
Misschien is het nog niet te laat?
Een kleine rups die vlinder wordt weet dat verandering echt bestaat.
48. Lus Colpin
De zachte tinten groen in de lente
De uitbundige bloei in de zomer
De kleurrijke herfst als opmaat
Naar de verstilling van de winter
Metamorfose van de natuur
49. Sarai De Graef
verlangen
zacht, speels
dansend tussen bloesems
voel mijn hart vrij
elfje
50.Nolane, L5 De Boomhut
vogelvrij
je kruipt niet langer op het land
je raapt de blaadjes van de grond
dansend gaan je vleugels open
je landt in bloemen en in licht
je schittert
