Isaac Kimeli

De droom van een atleet

Wanneer we Isaac Kimeli ontmoeten, straalt hij rust en vastberadenheid uit. Een topsporter met een helder doel, maar ook een man met een verhaal. Geboren in Kenia, verhuisde hij in 2009 naar België. De aanpassing was niet makkelijk: een nieuwe taal, een ander klimaat, een totaal andere manier van leven. Maar met discipline en doorzettingsvermogen groeide hij uit tot een van de beste langeafstandslopers van ons land.
Vandaag, op zijn 30ste, blikt hij terug op zijn weg naar de top, de moeilijkheden onderweg en de dromen die hij nog altijd najaagt.

Sommige mensen zeggen dat mijn leven saai is, maar ik ben een topsporter.

Mijn dagen lijken misschien niet zo spannend voor de buitenwereld, maar voor mij draait alles om focus. Ochtendtraining, ontbijt, loslopen. Meestal train ik twee keer per dag: op dinsdag twee keer, woensdag op de piste in Huizingen, donderdag krachttraining, vrijdag tempotraining, zaterdag opnieuw twee sessies en zondag weer op de piste. Tegen dan is mijn week alweer om.
Het leven van een atleet is gestructureerd, bijna monotoon. Maar dat is nodig als je de top wil bereiken. Deze week vertrek ik naar Monaco voor een wedstrijd – dat is weer iets anders. Maar zelfs dan blijft het ritme hetzelfde: trainen, rusten, opnieuw trainen.

De taal, het weer, de cultuur... Alles was nieuw!

In 2009 kwam ik naar België. Ik was nog maar een tiener en moest me aanpassen aan een compleet nieuw leven. In Kenia was het 35 graden, hier kwam ik aan in de winter – dat was echt even slikken.
De taal was misschien wel de grootste uitdaging. In België moet je zowel Nederlands als Frans kennen. Als ik de tv aanzette, begreep ik niets. In Kenia was ik gewend om veel te praten met buren en vrienden. Hier kon ik mezelf niet uitdrukken. Dat isolement voelde zwaar.
Na enkele maanden begon ik Nederlandse les te volgen aan Sint-Guido in Anderlecht. In de klas zaten veel anderstaligen, maar ik was de enige uit Kenia. Toch ging het snel. Na zes à zeven maanden kon ik mezelf al goed behelpen.

Nu voel ik me echt thuis.

Na 15 jaar in België voel ik me helemaal thuis. Ik beschouw mezelf als een Belg. Wanneer ik in het buitenland ben, mis ik zelfs de structuur hier: het dagelijkse ritme, de gewoontes.
Na Sint-Guido ging ik naar Don Bosco in Halle. Mijn eerste schooldagen herinner ik me nog goed. Sommige leerlingen zeiden: “Ga terug naar je eigen land, wat doe je hier eigenlijk?” Dat deed pijn. Tot mijn vijftiende had niemand zoiets tegen me gezegd. Ik was niet naar België gekomen voor vakantie – ik wilde hier een leven opbouwen.
Mensen moeten elkaar respecteren. Als je naar België komt, moet je de cultuur respecteren en de taal leren. Maar het respect moet van beide kanten komen. Je zou toch ook niet tegen iemand die naar Spanje verhuist zeggen dat hij terug naar België moet?
Zo’n uitspraken blijven hangen, maar je moet positief blijven. Ik ga er niet op in. Ik weet dat ik hier woon, dat ik mijn belastingen betaal, dat ik deel ben van deze samenleving. Respect verdien je – dat geldt voor iedereen.

"Ik droomde van Nike-schoenen, nu droom ik van olympisch goud!"

Voetbal was niets voor mij.

Mijn sportcarrière begon eigenlijk met voetbal. Ik speelde op het Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht. Maar voetbal draait om communicatie, en als je de taal niet spreekt, voel je je snel buitengesloten.
Later ontdekte ik atletiek. Dat was anders. Geen woorden nodig, enkel schoenen en een piste. Gewoon lopen, je eigen grenzen verleggen.
Atletiek brengt me rust. Het geeft me de kans om mezelf te ontdekken en te zien hoe ver ik kan gaan.   

Ik droomde van Nike-schoenen, nu droom ik van olympisch goud!

Als kind keek ik naar de Olympische Spelen op tv. Grote namen als Youssef en Eliud Kipchoge inspireerden me.
In Kenia liep ik op blote voeten. Ik keek naar atleten met Nike-schoenen en hoopte dat ik die ooit zelf zou dragen. Dat leek toen onmogelijk. Maar dromen geven kracht.
Mijn eerste grote doel was Tokio 2020, maar door corona werden de Spelen uitgesteld naar 2021. Uiteindelijk stond ik daar. En in Parijs 2024 eindigde ik zelfs in de top 8. Dat diploma hangt nu op een ereplek. Maar mijn echte droom? Op het podium staan. Een medaille winnen.

Nooit spijt hebben. Altijd blijven gaan.

In 2018 en opnieuw in 2021 verloor ik mijn contract. Dat waren moeilijke momenten. Maar opgeven? Nooit.
Iemand zei toen: “Isaac, ook al heb je geen contract, blijf werken aan je droom. Zorg dat je achteraf kan zeggen: ik heb alles gegeven.”
En dat is precies wat ik doe. Geen spijt, alleen drive. Altijd blijven gaan.

"Omring jezelf met mensen die je steunen."

Omring jezelf met mensen die je steunen.

In topsport heb je mensen nodig die in je geloven. Mijn moeder, mijn tante, mijn vriendin – zij zijn mijn rotsen. Al elf jaar steunen ze me.
In moeilijke tijden zeggen ze: “Kom op, het komt goed. Blijf doorgaan.” Zulke mensen heb je nodig. Niet degenen die zeggen wat je niet kan, maar degenen die geloven in wat je wél kan.

Mijn mooiste moment?

De Olympische Spelen van 2024 in Parijs. In de top 8 eindigen – dat is iets wat niet veel mensen meemaken. Dat moment zal ik nooit vergeten.
Maar ik ben nog niet klaar. De volgende Spelen komen eraan.
En wie weet… misschien sta ik dan op het podium.

Naar top