Waarom streekeigen én autochtoon plantmateriaal het verschil maakt!
Ga je bomen, struiken of hagen aanplanten? Kies dan voor streekeigen en bij voorkeur autochtone planten. Zo draag je bij aan de biodiversiteit en de natuurlijke veerkracht van onze omgeving.
Wat betekent dat precies?
-
Streekeigen planten zijn soorten die van nature in jouw regio voorkomen en er cultuurhistorisch thuishoren.
-
Autochtone planten zijn streekeigen soorten die afstammen van planten die al eeuwenlang hier groeien. Ze zijn lokaal geëvolueerd en daardoor perfect aangepast aan ons klimaat, onze bodem én aan interacties met andere organismen.
Een zomereik is bijvoorbeeld streekeigen, maar als hij uit de Balkan komt, is hij niet autochtoon in Vlaanderen.
Waarom kiezen voor autochtoon plantmateriaal?
-
Beter aangepast: Autochtone planten zijn meestal beter bestand tegen ziektes, extreme weersomstandigheden zoals vorst, en plagen.
-
Versterken biodiversiteit: Ze ondersteunen lokale insecten, vogels en andere soorten die afhankelijk zijn van deze inheemse flora.
-
Behoud genetische rijkdom: Bij het kruisen van niet-autochtone en autochtone planten kunnen unieke eigenschappen verloren gaan. Zo verarmt de genetische diversiteit, wat de veerkracht van onze natuur op lange termijn bedreigt.
-
Voorkom verdringing: Aanplantingen met niet-autochtone herkomst kunnen de resterende autochtone populaties zelfs verdringen.
Hoe weet je of je het juiste plantmateriaal kiest?
-
Vraag naar autochtoon plantgoed bij je handelaar.
-
Vraag naar het ‘document van de leverancier’ dat de herkomst garandeert.
-
Kies voor plantgoed met het label ‘Plant van Hier’ – dit is 100% autochtoon.
-
Raadpleeg de lijst van erkende kwekers en de folder met aanbevolen herkomsten via het Contactpunt Bosbouwkundig Teeltmateriaal (INBO).
