Christiane Mbaya

Jong, maar vastbesloten om een verschil te maken!

We ontmoeten de zestienjarige Christiane in Huizingen. Ze werd geboren in Brussel als kind van Congolese ouders, maar verhuisde op jonge leeftijd met haar gezin naar Beersel. Haar openheid en warme glimlach vallen meteen op. Christiane is een geëngageerde jongere met een duidelijke visie op de wereld en een groot hart voor anderen. Ze vertelt over haar ervaringen, haar dromen en de uitdagingen van het opgroeien met twee culturen.

Mensen helpen, dat is mijn geluk.

Ik ben Christiane, zestien jaar, en zit in het vijfde middelbaar in Alsemberg. In mijn vrije tijd loop ik graag, maar ik engageer me ook als vrijwilliger bij de Okkernoot en de catechese, waar ik de communicantjes begeleid. Daarnaast help ik mijn zussen en nichten met het Afrikafeest, en mijn vader in zijn vzw. Die vzw zou ik later graag willen overnemen. Sociaal engagement is voor mij heel belangrijk, omdat ik zo mensen kan helpen. Dat is echt mijn doel in het leven. Later wil ik kinderfysiotherapeut worden, om kinderen te helpen. Mensen helpen maakt me gelukkig.

"Mensen helpen, dat is mijn geluk."

In Brussel voelde ik me thuis in de diversiteit. Huizingen was een andere wereld.

In Brussel was er zoveel diversiteit. In mijn klas zaten kinderen met allerlei achtergronden, waardoor niemand zich echt buitengesloten voelde. Iedereen was een beetje anders, en dat gaf een sterk gevoel van samenhorigheid. Ik was daar heel gelukkig. Toen we naar Huizingen verhuisden, voelde dat totaal anders aan. Ik was nog jong, maar ik herinner me het gevoel heel goed. In mijn nieuwe klas was ik het enige zwarte meisje, en dat was moeilijk. Je ziet meteen dat je anders bent. De anderen lijken op elkaar – jij niet. De sfeer op school voelde vreemd aan, en ik hoorde er niet echt bij. Ik zat vaak alleen op een bankje. Dat gevoel van eenzaamheid was nieuw en erg lastig. Gelukkig leerde ik een meisje kennen dat ook werd uitgesloten, omdat ze krullend haar had. We werden beste vriendinnen, en via haar leerde ik de Vlaamse cultuur beter kennen. Als kind pas je je gelukkig nog snel aan.

De taal van mijn hart is Nederlands, maar mijn familie leerde me Frans.

Mijn ouders hebben me van jongs af aan in het Nederlands opgevoed – een taal die ze zelf geleerd hebben. Tot mijn achtste kende ik geen andere taal. Toen ik mijn familie in Congo leerde kennen, ontdekte ik dat zij enkel Frans spreken. Dat was lastig, want ik voelde me daardoor ook bij mijn eigen familie buitengesloten. Dat wilde ik absoluut niet, want mijn familie betekent alles voor mij. Daarom heb ik samen met mijn papa hard geoefend om Frans te leren. Spreken blijft soms moeilijk, maar begrijpen lukt prima. Toch blijft Nederlands mijn moedertaal, en de taal die het dichtst bij mijn hart ligt.

Chocopot en verbrand in de oven: pijnlijke woorden uit mijn kindertijd.

Op school werd ik niet altijd aanvaard omdat ik er anders uitzag. Kinderen maakten opmerkingen zoals: “Christiane is in de chocopot gevallen” of “Christiane is verbrand in de oven”. Als kind lach je daar misschien mee, maar later besef je hoe kwetsend zulke woorden zijn. Gelukkig veranderde dat in het middelbaar. Daar zat ik in een diversere klasgroep, en heb ik nooit racisme ervaren.

In Congo voelde ik me ook een buitenstaander, ondanks onze gedeelde huidskleur.

Opgroeien met twee culturen zorgt soms voor het gevoel dat je nergens echt thuishoort. Nu probeer ik mijn Congolese roots terug te vinden door naar Afrikaanse muziek te luisteren en erop te dansen. Maar ook mijn Vlaamse kant is een deel van mij, en dat merkt mijn familie in Congo ook.

Mijn eerste reis naar Congo, het geboorteland van mijn ouders, was een intense ervaring. De armoede daar was een echte realitycheck. Hoewel ik uit een welgestelde familie kom, zag ik ook mensen op straat leven – mensen die letterlijk aan het overleven zijn. Dat was confronterend. Mensen romantiseren Afrika vaak als vakantiebestemming, maar het dagelijkse leven daar is iets heel anders. Ik ben mijn ouders dankbaar dat ze naar hier verhuisd zijn, want als ik daar was opgegroeid, was ik waarschijnlijk niet de persoon die ik nu ben.

Mijn geloof: een persoonlijke ontdekking van hoop en liefde.

Mijn ouders voedden me christelijk op, maar ik begon pas écht te geloven op mijn veertiende, tijdens een moeilijke periode waarin ik geen uitweg meer zag. Ik begon te bidden, en dat hielp me vooruit. Sindsdien geloof ik oprecht in God, en wilde ik mijn geloof ook delen met anderen. Zo kwam ik terecht in de Don Boscokerk.

Mijn geloof geeft me hoop en liefde, en helpt me een beter mens te worden. Ik vind de christelijke waarden heel mooi: oordeel niet, behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden, wees blij en dankbaar. Zeker als het moeilijk gaat, weet ik dat God er is – en dan voel ik me niet meer alleen. 

"Ik heb het gevoel dat er in de generatie na mij veel minder racisme zal zijn. "

De generatie na mij: hoop op minder racisme.

Het concept van Zwarte Piet doet me pijn. Het is een overdreven karikatuur van hoe we worden gediscrimineerd. Waarom houden we zo vast aan die traditie? Een roetpiet met zwarte vegen is toch perfect?
Waarom moet hij een volledig zwarte huid hebben, met dikke rode lippen? Het voelt alsof er met ons gelachen wordt, terwijl wij ook gewoon ons best doen. Ik wil niet altijd het gevoel hebben dat ik moet bewijzen dat ik erbij hoor.

Gelukkig zie ik dat er verandering komt. Als ik mijn broertje van school haal, zie ik dat zijn klas veel diverser is. Hij heeft vriendjes met verschillende huidskleuren. Dat maakt me blij, want meer diversiteit betekent minder uitsluiting. Ik hoop dat de generatie na mij minder racisme zal ervaren.

Ik ben trots op mijn vriendschappen en dat ik mijn grenzen verleg.

Ik ben trots op de vriendschappen die me gevormd hebben tot wie ik vandaag ben. En ik ben trots dat ik mijn grenzen durf te verleggen, en dingen durf te doen die ik anders nooit zou proberen. Daar leer ik enorm veel van. Ik ben nog jong, maar ik ben dankbaar voor alle ervaringen die ik al heb gehad. Ik ben wie ik ben, en ik hoop dat mensen me zien als iemand met een warme uitstraling. Op mijn enthousiasme ben ik echt trots.

Naar top